Fahrrad nach Berlin; Hameln – Hildesheim

We zouden regen krijgen en we smeerden zonnebrand. Tot zover het weer voor vandaag. Verder reden we een serie kleine en nog kleinere plaatsen aan elkaar, doorkruisten een woud en natuurlijk was er weer een kasteel.

Gisteravond worstelde ik met matige wifi en een tegenspartelende website. Na een halfuur besloot ik dat er geen volksopstand zou uitbreken als ik mijn blog niet vandaag zou posten en ging een boek lezen. Die volksopstand is inderdaad niet uitgebroken, zo trouw zijn mijn fans gelukkig ook weer niet.

We slaan om half acht onze ogen open, eten het ontbijtbuffet leeg en pakken onze spullen in. Als je weinig bij je hebt is dat zo gebeurt. Het kost me nu vijf minuten om de blog van gisteren te posten. Vandaag liggen er vooral minidorpjes op onze route, en een stadje dat Gronau heet, Tel daarbij op dat we ook door Marienburg rijden en Oldendorf ten zuiden passeren, en het Overijssel-gevoel is compleet, hoewel we de laatste restjes Twente-achtig landschap al bij Rheine achter ons lieten.

We rijden in het landschap met forse heuvels dat Midden-Duitsland kenmerkt. De heuvels zijn afgevlakte lössplateau’s uit de laatste ijstijd, vruchtbare grond met grote akkers en boomsingels. De steilere hellingen zijn bebost. Boerderijen en de panden in oude dorpskernen zijn stuk voor stuk groot, opgetrokken uit vakwerk en rode baksteen, in de dorpen aangevuld met de standaard Duitse gepleisterde nieuwbouwwoningen.

Salzhemmendorf (ik had er ook nog nooit van gehoord) is nog net groot genoeg voor een Edeka met bakkerijtje, dus we stoppen voor koffie en thee, en omdat het er natuurlijk is; taart. Gewetensvraag; telt een stuk aardbeientaart als een stuk fruit? Het smaakt in elk geval goed, en zorgt voor voldoende suiker om over de heuvels naar Gronau te trappen. Ook vandaag maken we flink wat hoogtemeters, maar ze zijn prettig gelijkmatig over de dag verdeeld.

Gronau heeft een aardig authentiek centrum met een levendig marktje. Het winkelaanbod lijkt ruim, maar bijna geen enkele winkel ziet er nog levensvatbaar uit en een bakker voor de lunch is hier ook niet meer. Waar we eerder regelmatig fietsers tegenkwamen, zit nu bijna iedereen in de auto. De afstanden tussen de dorpen zijn hier zo groot dat fietsen eigenlijk geen optie meer is.

Aan de rand van het dorp staan wat grote supermarkten bij elkaar om het laatste leven uit de stadskern te zuigen. Hier is wel een bakkerij. Met uitzicht op een grote parkeerplaats en een stel blokkendoosvormige winkels consumeren we onze broodjes en apfelschorle.

We rijden het Hildesheimer Wald binnen, dat er tamelijk woest uitziet. We reden vandaar al veel onverhard, nu is het ook nog een steil. Geen nood, gewoon lekker doorrijden, en wie moe is hijgt even uit. We weten uit het hoogteprofiel al dat we hierna vrijwel alleen afdalen.

Na het bos volgt Marienrode, waar een heus kasteel staat. Dit is nu de faculteit Cultuurwetenschappen van de Universiteit van Hildesheim en het gebouw is zo mooi dat ik spontaan zin krijg in studeren. Hildesheim is al dichtbij en over een vlak fietspad te bereiken. We komen weer regelmatig fietsers tegen. Soms zijn het hobbyisten zoals wij, maar soms zien ze er meer uit als docent methodologie voor kwalitatief onderzoek, of iets dergelijks.

In Hildesheim zoeken we als eerste ons pension op, dat in een gigantisch Jugendstil-pand zit. De eigenaresse vertelt ons dat het pension als sinds 1964 in de familie is. Onze fietsen mogen in de garage. Het binnenwerk van het gebouw is opgetrokken uit hoogpolig eiken, een overdaad aan trappen en te veel klokken, portretten en zinloze tafeltjes. Onze kamer is deze eeuw nog niet gemoderniseerd, maar schoon en zeer comfortabel. We zitten hoog genoeg voor een mooi uitzicht over de rode daken. Morgen houden we een rustdag, tijd zat om dat moois op ons gemak te bekijken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.