Lemgo, ik had er amper van gehoord, maar de binnenstad is een schitterend staaltje vakwerk en gotiek. Een mooie beloning na 70 kilometer fietsen, waarvan weer een deel onverhad. We worden langzamerhand goed in mountainbiken met bagage.
Gisteravond speelden we nog eens met de airfryer in ons appartement. Die hebben we thuis niet, dus op vakantie is zo’n gebakken-lucht-oven wel grappig. Beetje salade erbij en klaar is het vakantiediner. En een dom toetje, want terwijl we thuis zelden toetjes eten zoeken we op vakantie schaterend de raarste bakjes uit het toetjesschap. Driekleurige chocoladepudding met suikerballetjesstrooisel? Aaardbeienbananenperzikyoghurt met extra slagroom en suiker? Kom maar op, we fietsen het er wel weer af.
Daarna kieper ik de eerste stapel foto’s, netjes bewerkt, op Flickr, hier te bekijken.
Onze fietsen zijn goed bewaakt door de blafgrage hond van de eigenaar van ons appartement en staan zodoende op ons te wachten. We fietsen Halle uit met opnieuw de wind in de rug, maar dit keer met wat frissere temperaturen. Ik rijd mezelf maar net warm in mijn dunne shirtje.
De eerste fotostop is Schlosch Tatenhausen, net buiten Halle. Het kasteel wordt omringd door een slotgracht, bod en een paar prachtige oude boerenschuren die misschien wel toe zijn aan wat opknapwerk, maar daarom niet minder idyllisch ogen.
De eerste grote plaats waar we doorheen rijden is Steinhagen, dat er vooral functioneel en rustig (lees: saai) uitziet. We naderen merkbaar een grote stad, en rijden nu langs een snelweg. Niet echt fraai, ook al is het fietspad ruim, goed afgescheiden van de weg en comfortabel. De kilometers vliegen erdoor en via voorstad Brackwede rijden we Bielefeld in.
Voor wie nu wil protesteren dat Bielefeld niet bestaat; we rijden toch echt in een grote stad met trams, culturele dingen en een universiteit. In het centrum is een kermis, wat ons wat extra stuurwerk tussen de attracties zorgt. Het is natuurlijk wel verdacht dat we geen kombord met Bielefeld er op hebben gezien, dat komen we pas veel later tegen als we door een buitenwijk de stad uitfietsen. Bielefeld bestaat, en ze hebben er nog lekkere koffie, thee en puddingbroodjes ook.
Na Bielefeld is het klimmen geblazen. Eerst geleidelijk de bebouwing uit, daarna steil tegen de heuvels op. We pakken weer een stuk Teutoborgerwald, met een onverhard pad waar ik door de eerdere ervaring een beetje tegenop zag, maar het rijdt best lekker weg, al dwingen de steilere hellingkjes ons soms tot afstappen. Afdalen in een bak gravel met een zware fiets is wat risicovoller dan wij aandurven.
Het bos om ons heen is een prachtig staaltje Duits Wald. Er moeten hier vuursalamanders zitten, maar het enige exemplaar dat we zien is een anderhalve meter lang standbeeld naast een bankje. Misschien vinden vuursalamanders fietsers eng, of zien wij ze over het hoofd omdat we onze aandacht nodig hebben bij al het stuurwerk.
Na het bos mogen we lekker afdalen. In Lage eten we een broodje bij een lokale bakkerij en formuleren een mobiliteitsadvies voor het stadsbestuur; schop die auto’s jullie fraaie, maar krappe binnenstad uit. Een mooie flaneerboulevard voor voetgangers is bovendien een stuk fraaier dan dat geparkeerde blik voor de winkels.
De volgende stad is onze eindbestemming Lemgo. Vanaf de heuvel waar we rijden zien we vooral flats, maar eenmaal in de binnenstad blijkt die wonderschoon. De architerctuurliefhebber in mij had het liefst nog uren door de oude Hanzestad gedwaald, maar ik moet toegeven dat ik ook een beetje moe ben. We fietsen met een boodschappenstop naar ons huurappartement in een buitenwijk van Lemgo. Als we neerploffen op de bank breekt er een stortbui los. Mogelijk is het een voorproefje voor het weer morgen en fietsen we door de regen naar Hamelen,