Fahrrad nach Berlin; Enter – Bad Bentheim

De onweersbui kwam en ging gisteravond, en vandaag reden we door een schoongespoeld landschap naar Bad Bentheim. Wind in de rug, zonnetje in de lucht, ijsje bij de finish, met bijna 65 kilometer in de benen. Wat wil een mens nog meer?

We beginnen de dag met een Vrienden-op-de-fiets-ontbijtje van Maurits’ moeder. Voor de duidelijkheid; ze is echt een Vrienden-op-de-fiets-overnachtingsadres, en direct aan het Marskramerpad en diverse fietsroutes heeft ze regelmatig logees om in de watten te leggen. Normaal gesproken zijn haar ontbijtjes al lekker, dit keer is het echt verwennerij.

Met goed gevulde magen gaan we op pad. Wie ons op Strava volgt weet dat we niet rechtdoor naar het station van Enschede fietsen, waar onze route echt begint. Maurits heeft een hobby in vakjes, postcodes en gemeentes bij elkaar fietsen, en kon met wat fröbelen aan de route nog wat extra vakjes aan de collectie toevoegen. Het is allemaal prachtig, en ik klaag niet. Bij de sluis van Wiene doen we een fotostop en suizen met de wind in de rug langs de zoutwinningshuisjes bij Boekelo. Het fietst zelfs zo lekker dat ik onwillekeurig check of ik de batterij van mijn fiets niet aan heb staan. Nee, we rijden op spier- en windkracht.

Als Usselo op de borden verschijnt vraagt Maurits me af te slaan. “Ik wil even bij papa en opa en oma langs”. We parkeren de fietsen en met de helmen onder de arm lopen we over de begraafplaats, waar het vredig en stil is.

In Enschede lunchen we bij een café in Roombeek. De prijzen zijn al Duits; nog geen negen euro voor een broodje falafel waar ik amper overheen kan kijken. Het gesprek komt op de vuurwerkramp, dat kan hier niet anders. Maurits haalde die middag met zijn vader boodschappen in Rijssen, waar ze de rookzuil konden zien. Alle familie in Enschede bleek gelukkig op veilige plekken te zijn, maar er werd die avond niet meer gebarbecued. Of Roombeek decennia later opgeknapt is, is de vraag. Natuurlijk, er staan prachtige moderne flats en luxe huizen. Een vierkamerappartement doet hier ruim vier ton, hoog voor Enschedese begrippen, en onbetaalbaar voor veel voormalige bewoners. Roombeek is niet meer de volkswijk die het was voor de vuurwerkopslag ontplofte, en zal het ook nooit meer zijn.

De es van Lonneker laat ons voor het eerst klimmen. We slaan niet af naar Glanerbrug om te kijken of ze nu kabeltelevisie hebben, maar kronkelen richting de Duitse grens. Die is niet geheel zichtbaar. Ruhenbergweg klinkt Duits, de kentekens zijn Nederlands, de elektriciteitsmast is Duits, de straatnaambordjes van Nederlandse makelij. Pas als we bij een Fahrradknotenpunkt staan zijn we de grens zeker over. Op de snelwegen zijn weer grenscontroles, maar wie wil smokkelen doet dat toch beter over boerenlandweggetjes op de fiets.

Nu rijden we de eerste stukken onverhard; zandpaden, soms zo smal dat ze nauwelijks te zien zijn tussen de begroeiing. Het bos om ons heen is niet echt bos, maar een smalle strook groen tussen bebouwing en vakantieparken, maar het voelt best bossig. Bad Bentheim kondigt zich aan met het eerste echte klimwerk. We zijn vroeg, dus we besluiten eerst bij de burcht ijs te eten, daar is het warm genoeg voor. Let op, die burcht ligt op een steile heuvel. Het laatste stuk lopen we, maar dat is het waard. De afdaling na het ijs moet over een al even steil weggetje met kinderkopjes dat we op onze remmen rijden. We slaan eten in bij de K+K, voor Maurits wat extra jeugdsentiment omdat zijn opa en oma boodschappen deden bij deze Duitse supermarktketen, die al lasagnebladen verkocht voordat ze in Nederland bekend werden.

Onze Ferienwohnung is buitengewoon modern en al even lelijk en comfortabel. De vriezer zorgt snel voor koud bier. We trekken er een zak Pom-Bär bij open. Proost, op de vakantie!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.