, ,

Aylesbury

Ik was een paar dagen in Aylesbury om in de Chilterns te wandelen met een vriendin. Klinkt Engels, was het ook. Vorig jaar waren we in Royal Tunbridge Wells, een jaar eerder in Reading. Iemand vroeg me of Reading als zodanig een bestemming kon zijn. Ja.

Mijn Engeland voor beginners is pas halverwege. Ik heb op Londen Bridge gestaan, ik heb langs de witte klifkust gewandeld en ik ben ooit in Cambridge geweest. In Bath trouwens ook. Maar Stonehenge? Nee. Windsor Castle? Sorry. Oxford? Ze staan al jaren op de ooit-een-keertje-doen-lijst, net als Stratford en het Lake District.

In plaats van eindelijk eens must-do musea af te strepen in York togen we naar de Chilterns. Nergens spectaculair of dramatisch, wel beukenbossen en rollende Engelse heuvels, kanalen en meertjes. Aylesbury zelf is een tamelijk verlopen Brits plattelandsstadje zoals er tientallen zijn; een station met een haveloze gietijzeren voetgangersbrug, een stadscentrum waar alle standaard winkelketens vertegenwoordigd zijn en een Wetherspoons met mannen op leeftijd die zo lang mogelijk over hun pint ale doen om voetbal op een betaalzender te kunnen kijken. Schoolmeisjes in de zwarte ultrakorte rokjes die blijkbaar toegestaan zijn in het schooluniform, oudere dametjes die de truien bij de Marks and Spencers in een kritische blik onderwerpen, boodschappen inladen op de parkeerplaats bij de Morrison’s. In Aylesbury gebeurt niets wat ergens anders in het Verenigd Koninkrijk niet zou kunnen gebeuren.

Overigens heeft Aylesbury wel degelijk een paar trekpeisters: een standbeeld van David Bowie en een lokaal museum met een tentoonstelling over Roald Dahl. Het standbeeld heb ik inderdaad gezien (we kwamen er toevallig langs), het museum niet omdat het niet regende en we dus liever naar buiten gingen.

We huurden een uitermate comcortabele AirBnB-flat vlak achter het station, op een paar minuten lopen van eerdergenoemde Morrison’s. Van daar maakten we winkeluitstapjes naar Britse ketens in het centrum en treinuitstapjes naar wandelingen en dorpen in de omgeving. Vooral Wendover werd populair. Het is maar tien minuten met de trein en heeft genoeg wandelroutes in alle soorten en maten, naar wens met of zonder bos, en bij terugkomst een paar tearooms voor de nodige lunch en taart. Bovendien is het centrum van Wendover niet anders te omschrijven dan schattig. Alle rozentuinen en bloemetjes aan de lantarenpalen maken het plaatje af.

Ik ben niet nooit bij de kathedraal van Salisbury geweest omdat ik geen belangstelling voor highlights en andere beroemde zaken heb, want ik ben al zo vaak in Engeland geweest dat ik de bezoekjes niet eens meer ga tellen, laat staan dat ik Schotland (ja, vaak), Wales (ok, wat minder vaak) en Noord-Ierland (maar één keer) meereken. In alle bezoekjes leerde ik het land waarderen om heel veel andere zaken.

Ten eerste; er gaat veel mis. Van schrijnende armoede, ernstig overgewicht, scholieren die op hun public school bij voorbaat kansloos zijn voor een topuniversiteit, mensen die nooit een goede baan zulle veroveren omdat hun sollicitatiebrief uit een verkeerd postcodegebied komt. En dan heb ik het nog niet over het optrekkende vocht tot okselhoogte in de gemiddelde woning (ook op de vierde verdieping), de electric showers (het kastje dat regelt dat je douche afwisselend water van 5 en 55 graden produceert) en het oerwoud van branddeuren met drangers in elk publiek gebouw. Ik denk niet dat iemand ooit geïnventariseerd heeft hoeveel stickers met ‘Fire door keep shot’ in het VK zijn, maar het moeten er miljoenen zijn. Oh, en ik moet nog iets zeggen over al die Britse vrouwen die zichzelf elke vrijdagavond in maat XS proppen waar L beter op z’n plaats zou zijn, een paar uur besteden aan het beschilderen van hun hoofd, en daarna met een troep vriendinnen op stap gaan. Ik bedoel, trek aan wat je aan wilt trekken, maar ik vrees elke keer voor kou en blaasontsteking. De lads lopen toch ook allemaal met hetzelfde tondeusekapsel, een spijkerbroek en een t-shirt?

Dat alles wordt gecompenseerd met rollende groene heuvels, eindeloos veel wandelpaden, soms dwars over weilanden of door hagen die als een poort om het pad heen gegroeid zijn. Er zijn tearooms vol taart en versgebakken scones, en pubs waar het eten vaak beter is dan alle cliché’s over de Britse keuken willen. De pubs hangen vol met oude meuk die je bij de kringloop zelfs met geld toe zou laten liggen, maar die in een pub tot hun recht komen, zeker omdat de meeste pubs een klein bordje hebben waar op staat dat deze inn hier al sinds de zestiende of zeventiende eeuw staat. Binnen brandt misschien de haard, maar zitten in elk geval een paar figuren in tweed en wollen truien de lokale aangelegenheden te bespreken. Tenminste, dat neem ik aan, want het VK telt vele dialecten die alleen na intensieve studie en veel lokaal gebrouwen ale toegankelijk zijn. Maar als je ze wel verstaat blijkt iedereen verrassend aardig en belangstellend te zijn. ‘Isn’t it a lovely day?’ is een opening voor een gesprek, geen uitspraak om slechts te beamen.

Oh, my green and pleasant land. Gelukkig liggen er tickets om binnenkort nog een keer die kant op te gaan.

karolienvanwijk avatar

Written by


Read next

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.