Fahrrad nach Berlin; Hildesheim – Braunschweig

Dag heuvels, hoi laagland! Het middengebergte van Duitsland ligt achter ons en de vlakten voor ons. Minder hoogtemeters dus, maar ook de eerste regen. Met koude wind, maar wel in de rug.

Deze ochtend genieten we nog eens van het lekkere ontbijt in ons pension. Onze kleren hangen verspreid door onze kamer, droog en opgefrist van een wasbeurtje in de wasbak, maar het is inmiddels te ruiken dat een snel handwasje niet opkan tegen een heuse wasmachine. Aan ons snuffelen is dus op eigen risico.

We fietsen Hildesheim uit over hetzelfde dijkje als waarover we de stad binnenfietsten. Daarna slaan we af en volgen de Innerste, een klein riviertje dat gezien de breedte van de winterbedding en de waarschuwingsborden voor hoogwater, lelijk moet kunnen spoken.

Na alles heuvels rijden we door in of meer vlak land. Goed, er is wel eens een klimmetje of een stuk vals plat, afgewisseld met een leuk afdalinkje, maar het is niet te vergelijken met de bakbeesten van heuvels van de afgelopen dagen.

Maurits herkent onderweg een stukje spoorweghumor; een onbewaakte overgang met twee huizen aan de overkant van de straat. Omdat er geen slagboom was, is de kruising jarenlang vanuit de naastgelegeven toren bewaakt. Door een mens, ja. Die zich waarschijnlijk te pletter verveelde, want er is hier verder niet bijzonder veel verkeer. Het land is leeg, met af en toe een klontje huizen dat een dorpje vormt.

In Derneburg staat een kasteel in Tudor-stijl dat zo in de Efteling had kunnen staan. Daartegenover staat een bankje waar we een banaan eten. Dan fietsen we verder: Grasdorf, Luttrum, Hohenassel, Burgdorf. Allemaal een kern van grote oude huizen in helderrode baksteen, soms met vakwerk, geen van allen groot genoeg voor een echte uitbreidingswijk of een winkelcentrum. De kerken hebben soms spitse torens, maar we zien ook al de eerste kerken met ‘uien’ op de torens. Het land is leeg en plat met boomsingels, wat Nederlands klinkt, maar nergens zo voelt. Boven de akkers hangt soms een rode wouw, de vleugels klapperend op de wind.

Voor het eerst regent het, kort en zacht, maar genoeg voor regenjassen. Er staat een koude wind, maar omdat we hem in de rug hebben maakt dat niet heel veel uit. We eten onze lunch op een bankje, de broodjes uit de fietstas smaken prima. We hebben goed gegokt; hier is niets open op zondag. Er is trouwens ook vrijwel niets. Als we weer verder rijden duurt het best lang voor ik het weer lekker warm heb.

We rijden redelijk wat stukken over gravelwegen en -paden, de smalste nauwelijks breder dan onze fietsbanden, en ondanks de regenbui zitten we onder het stof als we Braunschweig zien liggen. We rijden de stad in via een parkachtig bos. Braunschweig ontvangt ons met prima fietspaden en fietsverkeerslichten. Ook deze stad bestaat voornamelijk uit wederopbouw met tussendoor een paar vakwerkhuisjes of een oude kerk. In het centrum ligt geen asfalt, maar fraaie zwarte klinkertjes. Prima om de snelheid uit het verkeer te halen, al fietsen ze niet zo fijn.

Vanavond slapen we in de jeugdherberg, die hadden we nog niet in de collectie. De receptionist die ons incheckt is zelf ook enthousiast vakantiefietser en heeft veel in Nederland gefietst. Hij stopt ons een ruime tweepersoonskamer met badkamer toe, Grover en Giant brengen de nacht door in het afgesloten fietsenhok. De douche voelt als een soort wasstraat om een berg stof van onze benen te spoelen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.