Groene vingers

Toen we een gezamenlijk huis zochten, was ‘buitenruimte’ een eis. Dat we zouden eindigen met een tuin van zeventien meter diep was niet per se de bedoeling. Om allerlei redenen was er al een paar jaar niets aan het onderhoud gedaan. Onze tuin lag er bij als een alsof Mowgli en Shere Kahn zich er uitstekend thuis zouden voelen.

Bij de gemeente kun je Green Bags halen, een soort boodschappentassen van een kuub, die je vol mag gooien met tuinafval en op afgesproken tijdstip aan de weg mag zetten. Er kwam een lieve vriendin langs en zo snoeiden wij op een mooie woensdagmiddag twee Green Bags vol de tuin uit. Shere Kahn had het nakijken.

Ik heb heel, heel erg lichtgroene vingers. Ik kan kamerplanten in leven houden, mits zij minimale eisen aan dat leven stellen. Ik heb eerder balkonplanten gehad, maar dat waren geraniums en die krijg je zelfs met een moker niet dood. Ik heb heel wat zomers op boerderijen gewerkt, maar dat was omdat het buiten en gezellig was en ik er geld voor kreeg.

Het inrichten van de tuin werd daarmee nogal een dingetje, te meer omdat ik van 95 procent van de planten geen flauw idee heb wat het is en dus ook niet weet of het een vriendelijke tuinplant dan wel zichzelf exponentieel vermeerderend onkruid is. “Ach, je hebt zevenblad”, meldde een vriendin na een determineersessie. “Maar je kunt er pesto van maken,” voegde ze er monter aan toe.

Nadat ik zevenbladpesto had gemaakt (alleen lekker met heel veel knoflook en walnoten) tobde ik verder met de tuin. Mijn moeder, die jaloeziewekkend groene vingers heeft, kwam langs en constateerde dat de tuin op zandgrond ligt, vermoedelijk een uitlopertje duinzand. Daar wil niets groeien, concludeerde ze.

Als laatste hebben we weinig tijd. Daar heeft iedereen last van, maar zeventien meter tuin in combinatie met fulltime werken, een stuk of 28 andere hobby’s en een sociaal leven, gaat knellen.

Komende lente wonen we negen jaar in Villa Spoorzicht. Mowgli zou zich nog steeds vermaken in de tuin, net als alle bijen, insectjes, muisjes, de egel en alle vogels doen. De kat speelt sluipsluip in het oerwoud, maar is tot nu toe te langzaam om iets te vangen. Bijvriendelijke tuinieren bleek een oplossing, want dat mag lekker wild. Groenafval deels laten liggen was ook heerlijk, want dat scheelt tijd en het werd een los en vruchtbaar laagje humus op het zand. En accepteren, veel accepteren. Soms is er geen tijd, en dan is de laurier maar niet gesnoeid. Soms gaat een plant dood, en dan plant ik wel iets dat wel in deze jungle wil. Soms groeien de wilgeroosjes overal, en dan trek ik alles er uit, behalve die ene die niet in de weg staat, voor de bijtjes. Aan het einde van de dag kijk ik naar mijn handen. Ik zie een paar splinters, niet weg te boenen rouwranden en een paar gescheurde nagels. Maar ik zie vooral dat mijn handen een klein beetje groener worden. Een heel, heel klein beetje.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.