We zouden op langlaufcursus omdat we langlaufen vorig jaar in Finland zo leuk vonden, ook al brachten we er niet veel van terecht. Cursus dus, voor beginners, bij Vasa, in Thüringen. En omdat we toch min of meer sneeuwwaarts gingen, knoopten we er vooraf een paar dagen Zwitserland aan vast.
Ik zit in een appgroep die Sleetjerijden in Bergün heet, maar waar we tot nu toe nooit met sleetjes speelden op de sleebaan in dit Zwitserse bergdorp. Maar dat gingen we nu wel doen, daarom pakten we de nachttrein uit Amsterdam naar Zurich. Op veel slaap reken je bij zo’n reis niet, wel op gezelligheid en avontuur.
Wat de gezelligheid betreft; de ÖBB deelt gratis flesjes sekt uit en met z’n vieren pas je best in een krappe tweepersoonsslaapcoupé om de hele avond Joking Hazard te spelen, een spel op het niveau van Cards against humanity, maar dan met plaatjes zodat we niets voor hoeven te lezen en het volume laag blijft, op een paar lachsalvo’s na. Iemand van ons heeft een zak teriyakichips mee, die niet naar teriyaki smaken. Waar ze wel naar smaken is nog steeds een raadsel, ook nadat de zak leeg is.
Dit zijn niet de slechtste nachttreinbedjes ooit, en we sliepen best lekker. Ik word elke keer als de trein rijdt of remt wakker, Maurits ligt wakker als de trein twee uur stilstaat. Met diezelfde twee uur vertraging arriveren we in Zürich. We stappen over op de trein naar Chur, waar we de helderrode wagons van de Rhätische bahn opzoeken. De treinreis van Chur naar Bergün staat hoog in de top 5 van mooiste treinreizen in Europa, en terwijl het rode treintje steeds hoger klimt vergapen wij ons aan de besneeuwde bergen en bevroren watervallen.
Bergün is winterwonderland. Ondanks dat we hier allemaal al vaker waren genieten we van de prachtige beschilderde huizen en de smalle straatjes. We stappen de lokale bakkerij in voor een lunch. Dat de bakker Preissig heet geeft aanleiding tot een reeks stomme grappen over dure waren, maar ze serveren warme kaastaart die zo goddelijk is dat ik er een tweede hypotheek voor over zou hebben.
We besteden de overgebleven uurtjes daglicht aan wandelen en treinen fotograferen. Een deel van ons gezelschap kan dat hobbymatig toch niet laten, waar ik mezelf doorgaans niet toe reken, maar de helderrode treintjes die tegen de berg op omhoogkronkelen zijn te fraai om niet vast te leggen.
De volgende ochtend doen we waar we voor gekomen waren; sleetje rijden. Dat heeft vooraf wat wenkbrauwen doen fronsen, want in de meeste wintersportplaatsen zijn sleetjes dingen waarmee men de allerkleinsten vermaakt. Tussen Preda en Bergün ligt echter een sleebaan voor grote mensen, 4,5 kilometer lang, er zijn twee grote sleetjesverhuurders in het dorp en er rijdt een extra treintje heen en weer om de sleerijders te vervoeren.
Sleerijden is niet moeilijk. Je gaat op het sleetje zitten, zet af en glijdt naar beneden, wintersporten voor mensen die niet kunnen skiën zou je zeggen. Maar het is best handig om iets te snappen van sturen en remmen als je levend beneden wilt komen, want er zijn een paar fraaie haarspeldbochten en op de rechte stukken neemt de zwaartekracht graag je sleetje mee. De eerste rit gaat met wat horten en stoten, maar daarna krijgen we de vaart te pakken; slee laten driften in de bochten, en met zo min mogelijk remmen naar beneden stuiven. 4,5 kilometer kan best in 9 minuten, de trein omhoog doet er langer over. Beneden evalueren we met grote grijnzen onze rit en lopen terug naar het station voor nog een keer. We lunchen buiten in het zonnetje met broodjes raclette en schnitzel, waarbij we de obligate wintersportselfies nemen.
Dit is minder vermoeiend dan skiën, maar tegen vijf uur voel ik mijn spieren wel. ‘We komen hier allemaal uit met een sixpack,’ grap ik. Om te voorkomen dat we daadwerkelijk met blokjesbuiken Zwitserland verlaten tikken we een driegangenmaaltijd weg in ons hotel, waarbij een onbehoorlijke hoeveelheid Zwitserse kaas in het spel is. Daarna trekken we opnieuw onze thermowolletjes aan, want de sleetjesbaan is s’avonds open en prachtig verlicht.
De trein is druk en in Preda laten we de meute even voorgaan. Daarna suizen we voor de laatste keer naar beneden door een magisch wit landschap. Om ons heen verdwijnen de bergen in het donker, terwijl alleen de besneeuwde toppen zichtbaar zijn. Boven mijn hoofd schittert de Kleine Beer, en dat ik regelmatig een wolk ijsregen van een remmende voorganger in mijn gezicht krijg doet me niets. ‘Er komt wel een volgende keer, he?’, zeiden we vanmiddag al. We sluiten af met schnapps in de ijsbar in het dorp, waar een stuurse dorpsbewoner met synthesizer-house op de speaker staat te blauwbekken.
Dei appgroep blijft nog wel even zo heten, al is de profielfoto inmiddels vervangen door fotografisch bewijs dat we echt met sleetjes hebben gespeeld in Bergün.
Klinkt goed. Veel plezier.