Wat is de zin van een grensstadje als de grens er niet meer is? Vandaag reden we naar de grens tussen Niedersachsen en Sachsen-Anhalt, ooit de grens tussen de Bondsrepubliek en de DDR. De zon scheen, we kregen voor de tweede keer materiaalpech en we gaan er even tussenuit.
Gisteravond aten we in de Jeugdherberg. Voor de 8,50 die ze er voor vroegen was het beslist heerlijk. Omdat we nog trek hadden in bier en iets meer van Braunschweig wilden zien liepen we de stad in. Het is architectonisch net zo verwarrend als Hildesheim, behalve dat ze hier wat harder hebben ingegrepen op het stratenpatroon om het autoverkeer vrij spel te geven. Ook hier staan nog wat plukjes oude vakwerkhuizen tussen de wederopbouwpanden en de recentere winkelcentra. De Galeria Kauhof heeft uiteraard het lelijkste pand en torent als een soort Borgcube bovent de winkelstraten uit. Wij vermaken ons eerst een tijd bij het Rizzi Haus (Google dat alsjeblieft, ik kan het ook niet uitleggen), bewonderen de burcht en strijken neer op een knusse binnenplaats voor twee halve liters, bitte.
De jeugdherbergbedjes slapen heerlijk en het ontbijt is lekker en ruimschoots voldoende. Onze fietsroute voert ons door de fraaiere stukken Braunschweig en leidt ons de stad uit via Riddagshausen. Dat is om te beginnen een stadspark, groen en schaduwrijk en hier en daar een nog gesloten Biergarten. Daarna volgt een wat sereen ogend klooster met dezelfde naam en tenslotte een natuurgebiedje.
We hobbelen wat dorpjes door. Het landschap golft wat meer dan gisteren, al blijven echte heuvels en bijbehorend klimwerk uit. Misschien daardoor is het ook weer iets kleinschaliger, met kleinere akkers en weilanden met boomsingels. Als Maurits onderweg stopt om een boom water te geven wordt ik gestoken door een daas, die ik kan wegslaan voor het dier echt doorbijt. Het is weer eens wat anders na alle muggen en teken van de laatste weken, maar ik vind het geen noodzakelijke aanvulling.
In Königslutter stoppen we voor koffie en thee, met waarom ook niet, wat lekkers erbij. Het marktplein ziet er uit alsof het stadje wat financieel-economische uitdagingen heeft, of een ernstig gebrek aan verf en glazenwassers. Het eten en drinken smaakt overigens prima. De Kaiserdom verderop staat er fraaier bij, maar die laten we voor wat hij is.
De dorpjes beginnen er ook wat schilderachtiger uit te zien. Räbke is daar wel het mooiste exemplaar in, misschien ook omdat we niet over de weg door het dorp rijden, maar over allerlei kleine paadjes waardoor we nog net niet in de boerenschuren staan.
Sinds Königslutter hebben we nog amper verharde weg gezien, of de wegen met kinderkopjes moeten wel als verhard tellen. Die maken de fietsers echter ook niet blij. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel en alles is lekker stoffig. Op een aantal plekken ligt nieuwe gravel, waar we met moeite doorheen komen. Ik ben in elk geval reuzeblij met mijn nieuwe fietshandschoenen die de ergste klappen opvangen. Andere fietsers zijn er niet, wel een agrariër op een stokoud trekkertje. Het is ons weer iets duidelijk dat Kees Swart, die deze fietsroute ontwikkelde, deze niet bedoelde voor banden met een normaal of smal profiel.
Onze banden houden het weer, maar mijn stuurtas hangt op één oor. Het kabeltje dat hem op z’n plek moet houden heeft het begeven. Een paar tiewraps lossen de boel voorlopig wel op, in Nederland zoeken we wel uit waar het mis ging.
Helmstedt is een grensplaats, of eigenlijk een voormalige grensplaats. De stad ontvangt ons met rijen betonnen flatblokken die je eerder een paar kilometer oostelijker zou verwachten. De Duitse deling raakte de stad hard; de helft van het economische verzorgingsgebied verdween achter een grens, wat gecompenseerd werd met subsidie. Zonder grens is Helmstedt weer gewoon een provinciestadje in wat gematigde doen, hoewel er enkele fraai onderhouden staaltjes neoclassicistische architectuur in het stadje staan.
We eten een broodje bij de bakker en stappen weer op de fiets. Helmstedt is weliswaar ons eindpunt, maar er ligt nog een excursie voor ons: Marienborn. Marienborn ontwikkelde zich na de deling tot de grootste grensovergang tussen oost en west. De snelweg lag er al en ligt er nog; we horen de Autobahn iets verderop bulderen. Ons fietspad kronkelt het bos in en al snel rijden we over schots en scheef liggende betonplaten en tussen grensmuren. Het bos is voor het eerst geen loofbos, maar sparren en berken, en de opschot rond de muren oogt wat jong; nog geen veertig jaar oud.
Aan het einde van het gehobbel leidt een asfaltweg ons naar Marienborn, waar zoveel mogelijk intact is gelaten. De controleposten waar ooit duizenden automobilisten in de rij stonden zijn nu leeg, de spiegels waarmee ze extra in de gaten werden gehouden tonen barsten, maar de torens met luidsprekers en verlichting staan nog overeind. Een aantal borden met informatie en een klein museum vertellen hoe Marienborn uitgroeide tot een controlepost waar zo’n duizend mensen werkten. Het mooiste is echter het filmpje uit 1989, waar rijen Trabi’s worden onthaald door juichende inwoners van Helmstedt.
Terug in Helmstedt zoeken we ons hotel op, een wat verlopen etablissement met een harnas en donkerrood tapijt in de hal. Aan ontbijt doen ze niet, wel is er een afgesloten zijkamer voor Grover en Giant en een uitstekend bed en dito douche voor ons. Een restaurant in Helmstedt vinden dat open is op maandag is geen sinecure; we hebben de keuze uit de Ratskeller die degelijk Duits kookt en een wat raadselachtig ogende pizzeria achter de dorpsdisco. Omdat we deze vakantie nog geen pizza hebben gegeten kiezen we de laatste, hoewel daarvoor een wandeling naar de bank nodig is, want men accepteert alleen cash. De pizza’s zijn verbazingwekkend goed en de avond is zomers lauw. Voor het toetje lopen we langs de ijssalon. We werpen nog een blik op het Juleum, het bekendste gebouw van de stad, een uit helderrood pleister opgetrokken barokcreatie. Op onze kamer stort ik me op een avondje Finse les om de verdere mogelijkheden in het gebruik van de partitief-naamval te verkennen.
Morgen stappen we niet op de fiets, maar in de trein. Vrijdagmiddag is de uitvaart van een dierbaar familielid, waar we graag afscheid willen nemen. Helmstedt is de laatste plaats voor Potsdam waar we zonder al te veel moeite met de trein van en naar Nederland kunnen reizen. Berlijn is nog 4,5 dagen fietsen weg, we hopen aan het einde van de zomer terug te keren in Helmstedt voor de laatste etappes.
Gecondoleerd met het overlijden van jullie familielid. We hebben genoten van jullie blog en fietsten al helemaal mee. 18 juni staan wij aan de start. Eens kijken of we wat alternatieven hebben voor de kinderkopjes… onze accomodaties heb ik in het zicht van juli toch maar vast geboekt. Nogmaals dank voor de pennedruppels.