Memoires van een wandelaar, deel 4

Veel mensen verwarren onderhoudsarme tuinen met onderhoudsvrije tuinen. Onderhoudsarme tuinen bestaan uit tegels of grind, met daartussen opschietend gras, plakken mos en een grauwgeel uitgeslagen Boeddhabeeld, soms gedecoreerd met wat vogelpoep. Inderdaad, arm aan onderhoud. Ik sla de hoek om, maar daar is het precies hetzelfde. Omdat de wijk waar ik loop in de late jaren zeventig gebouwd moet zijn, zijn er gelukkig heel veel hoeken om om te slaan.

In de jaren zeventig en tachtig werden woonwijken nogal eens in hofjes gebouwd, vol knusse straatjes waar ik me permanent afvraag of ik niet per ongeluk iemands priv├ęterrein op wandel. Op gevoel de weg vinden heb ik al lang opgegeven, richtingsgevoel was toch al niet een van mijn specialiteiten. Het helpt ook niet dat alle huizen hetzelfde zijn. Ze zijn niet hetzelfde, want daar waren de architecten die ze ontwierpen net iets te creatief voor, maar ze zijn toch wel hetzelfde. De achtertuinen zijn hermetisch afgesloten van de buitenwereld met houten schuttingen, het voortuintjes grind of tegels en een slordig weggezette fiets-met-krat, en de huizen hebben stroken plakplastic op het raam om inkijk te voorkomen. Op het dak liggen zonnepanelen waar ik geen ideologische streberigheid in vermoed. Voor elk huis staat een grijze hoog-op-de-wielen gezinswagen die maar net in het parkeervak past (zijn auto, vermoed ik), op de oprit staat een kek autootje in een iets fantasierijker kleurtje (haar autootje, weet ik vrij zeker). Als ik de hoek om sla is alles nog steeds hetzelfde.

Het griezelige is, dat er op een jongetje met een gitaar op zijn rug na, geen kinderen zijn. De hofjes en erfjes waren ontworpen om leefruimte te bieden aan gezinnen, spelende kinderen en fietsers. Elk gezin moest ruimte hebben voor een eigen auto, een auto per gezin, heerlijk dat zoiets kon na alle schrale jaren. Nu is het noodzaak om twee auto’s per gezin te hebben, waarvan ik al wandelend probeer uit te rekenen wat het ruimtebeslag is, en waar die ruimte vandaan komt.

Aan het einde van de hofjes en straatjes volgt een doorgaande weg, aan beide kanten een stoep, een fietsstrook en een bord dat je hier vijftig mag rijden. Het is even schrikken, zo’n lap asfalt na de grijze straatklinkers van het hofje, ook al omdat ik in gedachten verzonken was en geen idee had waar ik me ten opzichte van einde hofje bevond. Ik kijk nog een keer om, naar een rij achtertuinen achter identieke schuttingen. Boven een schutting op de hoek torent een luxe klimtoestel met piratenvlag uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.