Cyperse kater

Kattig verhaal

Ik had een blogbericht over iets anders gepland. Nog een wandelroute, iets over Hemelvaart in Zuid-Engeland (ja, ik was weer even aan de overkant van de plas), of knutselen met web, maar het liep allemaal anders.

Toen ik twee weken terug thuiskwam na een stukje wandelen in Dordrecht trof ik Amba weggedoken in de luie stoel in de kamer. Nee, hij had niet gegeten en gedronken en dat wilde hij ook niet. Wel zakte hij door zijn pootjes toen ik hem op de grond zette. Zaterdag of niet, dit was een bezoekje aan de dierenarts waard. Met spoed.

Het was terecht spoed. Blaasgruis is een veel voorkomende kattenkwaal, zeker bij gecastreerde katers op leeftijd. Het is dodelijk. Het gruis dat ontstaat in de blaas verzamelt zich langzaam in de punt van het kattenpiemeltje, verstopt de boel en de kat kan niet meer plassen, met als gevolg dat de blaas opzwelt en uiteindelijk knapt. Toen wij bij de dierenarts stonden was Amba’s blaas vijf keer zo groot als de bedoeling was.

De dierenarts lapte hem op, gaf ons antibiotica en pijnstillers mee en het bevel hem veel te laten drinken. Drie dagen later stonden we weer bij de dierenarts, met een veel te volle blaas. Deze keer werd hij opgenomen en bracht de dierenarts een katheter in. Niet leuk, wel de methode om dat stomme blaasgruis er uit te krijgen. Hij versierde met zijn kopjes en aaibaarheid het voltallige personeel van onze dierenarts. Ik kan er niet meer binnenlopen zonder dat een koor van dierenartsassistentes begint te kirren dat Amba zo lief is. En gelijk hebben ze, uiteraard.

Na vier dagen mocht hij naar huis, met weer een zwik antibiotica. Voor de duidelijkheid; meneer haat pillen en trapt er niet in als we iets door z’n eten gooien. Afgelopen vrijdag lagen er weer overal kleine plasjes in huis, wat kan wijzen op blaasgruis. De dierenarts liet mij onmiddellijk langskomen. Het was weer raak.

Een uur later belde de dierenarts; opnieuw katheteriseren lukte niet. Het dierenziekenhuis in Rijswijk zou oplossing bieden. Wij gooiden ons leven om, Leonie bood spontaan aan haar auto te lenen en die middag zaten we in een hevig steriel ruikende kliniek op een industrieterrein in Rijswijk. Amba, ziek en wel, wond de assistente alvast om zijn pink.

De oplossing heet penisamputatie. Dat klinkt als een horrorverhaal en dat is het natuurlijk ook een beetje. Mijn kat heeft nu geen piemel meer, maar wel een grotere plasopening om blaasgruis uit te plassen. De dierenarts heeft voor de operatie zijn kont kaalgeschoren, er zitten hechtingen en hij draagt de komende vijf weken een lampenkapje. Oh ja, en er zijn weer antibioticapillen. Gelukkig mag hij de komende twee weken alleen natvoer met water. Dankbaar schrokt hij zijn blikjes tonijn.

Hoe ver mag je aan een ziek dier sleutelen? Over die vraag valt een hoop te filosoferen, maar als je geliefde monstertje ziek op de behandeltafel ligt en de dierenarts een vertrouwenwekkende oplossing heeft, heeft een dergelijk verhaal weinig zin. Vooral omdat in dit geval het alternatief een spuitje was. Nee, hij is bejaard, maar nog lang niet zo bejaard. Bovendien stond het benodigde bedrag in ons geval nog wel ergens op een spaarrekening.

Toen ik vandaag na een wandeling van Leiden naar Delft thuiskwam, kwam Amba met opgeheven staart op me af. Van zijn tonijn had hij nog niet veel gegeten, hij gaf meer de indruk alsof hij een slaapmarathon op de bank had gehouden. Maar als ik een hapje ging eten, wilde hij best even meedoen. Nu ik dit schrijf ligt hij naast mijn bureaustoel, aanhankelijker dan ooit. Wat ben ik blij dat hij nog bij ons is. En hij geloof ik ook.

2 gedachtes over “Kattig verhaal”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.