Lieve Sam

Lieve Sam,

Ik wilde schrijver worden, maar ik maakte nooit iets mee waar ik over kon schrijven. Daarom schreef ik verhalen, gebaseerd op dingen die ik op het tv-journaal zag. De mensen op het scherm maakten wat mee, ook al kon een deel van hen het niet navertellen. Dus deed ik het maar. Niet al te overtuigend, waarschijnlijk. Ik kwam in elk geval nooit op de longlist van Verhaal van de maand, laat staan op de shortlist.

Ik had niet te klagen, zei men. Een leuke baan met een goed salaris, een gezellige flat en fijne vrienden. Jurgen was de beste. Vrolijk, grappig en zo uitgesproken homoseksueel dat ik me soms een halve kerel naast hem voelde. Samen lonkten we naar mannen vanaf onze terrasstoelen. Als we niet wisten of iemand gay was, hadden we elk vijftig procent kans.

‘Er was iets over een nieuw virus op het journaal,’ zei Jurgen.

‘Duh, in China. Niet hier.’ Ik bestelde twee Corona voor ons.

Een paar weken later was Het Virus in Europa.

‘Dit wordt de ingrijpendste gebeurtenis voor de mensheid sinds de Tweede Wereldoorlog.’ voorspelde mijn baas, en liet ons verplicht thuiswerken. ‘Doemdenker’, dacht ik, maar ik deed het braaf. Op tv zei Rutte dat we onze handen goed moesten wassen.

‘Zaterdagmiddag terras doen? Grote Markt?’ appte Jurgen.

Niemand had gezegd dat je niet op een terrasje mocht. Ik durfde alleen geen Corona meer te bestellen. Van Rutte moesten we afstand houden, maar daar was het te druk voor. Na het biertje dat na het laatste biertje kwam stond ik een tikje wankel op. Ik keek Jurgen aan.

‘Natuurlijk krijg je een knuffel, Marit, voor jou altijd.’

Het was voorjaar, tijd om snipverkouden te worden, en dat gebeurde ook. Het was vast Het Virus niet. Mijn verstopte neus stond in geen verhouding tot de horrorbeelden die uit de Italiaanse ziekenhuizen kwamen. Toch liet ik mijn boodschappen maar bezorgen, heel veel in een keer, als ik een tijdslot te pakken kon krijgen. Niemand wilde meer in de supermarkt. Jurgen appte dat hij ook verkouden was, een beetje koortsig zelfs.

Mijn herinneringen uit de tijd daarna krijg ik met geen mogelijkheid in de chronologische volgorde opgeschreven. Eentje is haarscherp: Jurgen die even mocht videobellen vanuit zijn ziekenhuisbed, een zuurstofslangetje in zijn neus. Zijn rauwe gehoest scheurde door het gesprek heen.

‘Kun je die verpleger met dat, ughe, uuughe, donkere haar zien? Goede kont, maar hij is meer jouw type.’.

Ik nam een selfie van mijn eigen hoofd naast Jurgen op het scherm.

Alleen zijn ouders en zijn zus mochten bij de uitvaart zijn.

Een paar weken later klapte ik mijn laptop open om over Jurgen te schrijven. Ik had toch tijd zat. Geen terrasjes, geen bioscoop, geen vriendenavonden met Netflix en witte wijn. Een leeg Word-document staarde naar me. Ik staarde terug. Er kwamen geen woorden, wel tranen. Na een half uur gaf ik het op en schonk mezelf een glas witte wijn in. Er kan veel meer wijn in zo’n wijnglas da je denkt.

Het Virus kwam en ging. Ik kreeg een nieuwe collega die Laurens heette. Toen Rutte eindelijk zei dat we elkaar weer aan mochten raken zoende ik met Laurens. Hij zoende terug. Met zijn arm om me heen geslagen liep ik de kroeg uit. Boven ons schitterde een prachtige sterrenhemel en ik vertelde Jurgen in gedachten dat deze man en ik elkaar nooit meer zouden loslaten.

‘Goede kont. Jij zou hem ook leuk vinden. Hebben gevonden.’

Op de vraag hoe jouw leven verder zou gaan zal ik nooit antwoord krijgen. Laurens slaapt na een nacht met een krijsende baby, nu gaapt Sam terwijl ik hem verschoon. Zijn babyblauwe oogjes vallen langzaam dicht. Ik druk een kus op zijn donshaartjes en snuif zijn babygeur in. Als Sam slaapt klap ik mijn laptop open. Als het me nu niet lukt, dan lukt het nooit. Lieve Samuel Jurgen, dit verhaal schrijf ik zodat jij later kunt lezen waarom je zo heet.